Van kadernota naar begroting: wensen, tegenvallers en lastige keuzes

Hij is er: de concept meerjarenbegroting 2020-2023. Een sluitende begroting zonder pijnlijke ingrepen. Geen eenvoudige opgave in tijden waarin gemeenten meer moeten uitgeven van extra taken én tegenvallers uit Den Haag mogen opvangen. Waarbij Vught ook nog flink in de buidel moet tasten voor de N65 en het spoor. De komende weken zal de gemeenteraad zich uitspreken over de inhoud van de begroting. Maar hoe komt zo’n begroting nou tot stand? Een inkijkje in een proces met pieken en dalen.

‘Mijn’ begroting
Formeel is dit mijn tweede begroting als wethouder financiën. Maar het is de eerste begroting waarbij ik het proces echt vanaf het begin heb mogen meemaken. Bij mijn aantreden als wethouder vorig jaar in juni lag er immers al een kant en klare kadernota bij de raad. De enige opgave was toen om de nieuwe wensen uit het coalitieakkoord te verwerken in de begroting. Bovendien stond Vught er financieel goed voor, waardoor er voldoende ruimte was om die extra wensen te financieren. Een makkie dus. Dat was dit jaar wel anders.

Lange lijst met kostbare wensen
De wensenlijst van de coalitie voor deze korte bestuursperiode was nog lang. Vaak grote wensen, met fikse prijskaartjes: €1,7 miljoen voor Zwaluw VFC, € 750.000,- voor de renovatie van de Battle Axe, € 825.000,- voor de fietsbruggen en turborotonde bij V/d Valk, € 250.000,- voor herinrichting parkeerplaats Martinihal/Maurick College, € 290.000,- voor meer sport en spel in de openbare ruimte etc. Naast alle reguliere taken zoals armoedebeleid, (jeugd)zorg, woningbouw, cultuurbeleid en groenonderhoud. En de immense opgave om als gemeente stevig bij te dragen aan de verdiepte aanleg van de N65 én het spoor. Kortom, waar betaalt Vught het allemaal van?

Meicirculaire gooit roet in het eten
In het voorjaar presenteerde het college de aanzet voor de nieuwe begroting: de kadernota 2020. Hierin werd voor 2020 een nadeel van circa € 1,5 miljoen getoond vanwege alle wensen, maar in de jaren daarna was het saldo positief. Een prima vooruitzicht indachtig het coalitieakkoord. En dat in tijden dat de zorgkosten voor gemeenten oplopen en budgetten schaars zijn. Tot de meicirculaire verscheen. In deze boodschap van het Rijk werden vooral nadelen gemeld. Het negatieve resultaat voor 2020 werd daarmee bijna € 1,7 miljoen, maar ook voor 2021 en 2022 schoten we flink de min in. Geen sluitende begroting meer dus… Werk aan de winkel!

Vertrouwen in een sluitende begroting
Op dat moment was ik nog vol vertrouwen. Dus hield ik de gemeenteraad meermaals voor om niet de kramp te schieten vanwege de cijfers en beloofde ik dat het college in het najaar een sluitende begroting zou presenteren. Dat leek toen ook eenvoudig. Bij de begroting 2019 was er namelijk al drie keer € 1 miljoen extra voor rijksinfrastructuur opgenomen. Dit extra geld was onder andere bedoeld om de extra bijdrage voor de zogenaamde VKA+ voor de N65 op te vangen (bijvoorbeeld de gewenste ongelijkvloerse kruising Vijverbosweg-Boslaan). Dit extra geld uit de jaarlijkse exploitatie, kon ook op een andere wijze worden ingevuld, waarmee het tekort in de jaren 2020-2022 flink naar beneden kon worden gebracht. Een relatief eenvoudige ombuiging. Vol vertrouwen gingen we dus de zomer in.

Nieuw nadeel tijdens de zomer
Toen iedereen weer terugkeerde van de vakanties, bleek echter het financiële gat nog groter geworden. Dit werd grotendeels verklaard door een nieuwe cao voor gemeenteambtenaren, waar (terecht) na jaren stilstand een stapsgewijze loonstijging (in totaal 6,25% in 2 jaar tijd) werd doorgevoerd. Met als resultaat dat er plots enkele miljoenen gevonden moesten worden om een sluitende begroting op te stellen. Het ombuigen van de extra middelen voor rijksinfra was niet meer voldoende om dit gat te dekken. Er moest echt gesneden gaan worden. Maar waar?

Dan gaat het wel pijn doen
Toen baalde ik ervan dat ik vol bravoure had toegezegd dat het college zeker een sluitende begroting zou presenteren. Want nu was ook de zogenaamde ‘kaasschaaf’ niet toereikend. Er waren dus pijnlijke keuzes nodig. Met een totale begroting van ruim € 60 miljoen is er dan voldoende om te kiezen, namelijk alle uitgaven aan niet wettelijke taken. Een of meerdere wensen uit het coalitieakkoord afvoeren? Snijden in de subsidies voor sport of cultuur? Stoppen met Move en Plaza Cultura? De zorg en het armoedebeleid versoberen? Niet meer investeren in toerisme en erfgoed? Minder geld voor kwaliteit van openbaar groen en straten? Of juist de OZB of de toeristenbelasting verhogen? Keuze genoeg, maar nooit zonder pijn.

Weer een sluitende begroting
September stond daarmee in het teken van de zoektocht naar acceptabele ombuigingen. Met als resultaat een lijst met gerichte keuzes en enkele slimme keuzes. Bij elkaar toch goed voor ruim een half miljoen per jaar aan besparingen. Samen met de ombuiging rijksinfrastructuur voldoende voor een meerjarig sluitende begroting. Zeker omdat tijdens de zomer ook de uitgaven voor rijksinfrastructuur nog kritisch tegen het licht zijn gehouden. Daarbij werd ruimte gezien om met alles wat we nu weten de driemaal € 1 miljoen uit de exploitatie om te buigen naar een eenmalige onttrekking van € 2 miljoen uit de reserve. Waarna er nog steeds een voldoende risicoreserve en buffer overblijft om tegenvallers op te vangen, maar vooral onnodige bezuinigingen konden worden voorkomen. Gelukkig! Of zou de septembercirculaire na Prinsjesdag opnieuw roet in het eten gooien? Want dan zouden nogmaals alle budgetten bekeken moeten worden om weer te snijden. Een zeer ongewenste en ondankbare taak.

Meevaller bij de septembercirculaire
Dit keer had het Rijk goed nieuws voor Vught. Hoewel… voor 2019 mochten we nog even een tegenvaller van ruim € 6 ton verwerken. Grotendeels te danken aan achterblijvende uitgaven van het Rijk, waardoor ook gemeenten (volgens de zogenaamde ‘trap op, trap af’ methode) ook minder geld krijgen. Maar voor de komende jaren ziet het er goed uit. Mede ook dankzij een incidentele meevaller in het sociaal domein, kunnen we vanaf 2020 jaarlijks een voordeel van € 6-7 ton inboeken. Waarmee ook de noodzaak om stevig te snijden deels verdween.

Eind goed, al goed?
Uitgangspunt van het college blijft om niet onnodig te bezuinigen. Zeker met de steeds schommelde verwachtingen uit Den Haag, zijn de inkomsten bijna dagkoersen geworden. Alle reden om geen rigoureuze stappen zetten, als dat niet strikt noodzakelijk is. De nu voorliggende begroting is daarom ook ontdaan van de scherpe kanten uit de eerdere zoektocht naar ombuigingen. De slimme vondsten zijn natuurlijk wel gebleven. Het resultaat is een sluitende begroting waarin alle wensen worden uitgevoerd. Een beperkt nadeel van € 150.000,- in 2020 wordt ruimschoots gecompenseerd door het verwachte positieve saldo in de jaren daarna. Vught levert hiermee nog steeds een bovengemiddelde inspanning om financieel bij te dragen aan de N65 en het spoor én blijft investeren in Vught en Cromvoirt. Zonder dat gesneden wordt in goede zorg, het verenigingsleven of voorzieningen zoals sport- en sociaal culturele accommodaties of de bibliotheek. Een prestatie van formaat!

Risico’s voor de toekomst
Dat er nu toch een goede concept begroting 2020-2023 ligt voor bespreking in de gemeenteraad, wil niet zeggen dat alles kan. Er zijn de nodige financiële onzekerheden voor de nabije toekomst. Daarbij denk ik met name aan de uitgaven voor Wmo en jeugdzorg die lastig voorspelbaar blijven, de nieuwe investeringen in onderwijshuisvesting die nodig zijn, het renoveren/nieuwbouw voor De Speeldoos en natuurlijk de risico’s van de projecten N65 en PHS. Ook blijft het Rijk wispelturig en is het afwachten wat de volgende circulaires ons weer brengen. Voorzichtigheid is dus wel geboden. Maar het is goed om te zien dat er nog voldoende ruimte is om zowel incidentele als structurele tegenvallers het hoofd te kunnen bieden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *