Startersleningen als kleine impuls voor Vughtse woningmarkt

De invloed van het lokale bestuur op de woningmarkt is gering. Toch kan de gemeente wel beperkte invloed uitoefenen. Zo stemde de gemeenteraad afgelopen week in met het mogelijk maken van startersleningen. Maar we kunnen meer doen.

Invloed gemeente beperkt
De gemeente gaat niet over huursubsidie of hypotheekrenteaftrek en maakt geen afspraken met banken om wel of juist geen hypotheken aan mensen te verstrekken. Ook kan de gemeente geen doorstroom op de eigen woningmarkt afdwingen. De gemeente moet verleiden en samenwerken met diverse partners, om enige invloed op de lokale woningmarkt uit te oefenen. Allemaal met als doel om inwoners geschikte en betaalbare huisvesting te kunnen bieden.

Startersleningen: druppel op een gloeiende plaat
Door het instellen van startersleningen maakt Vught hierin weer een stap. Middels startersleningen kunnen starters op de woningmarkt bovenop de (vaak ontoereikende) hypotheek die ze bij een bank kunnen krijgen, extra geld lenen. Niet tegen hoge rentes en risico’s – zoals D66 ons wil laten denken – maar de eerste jaren rentevrij en daarna met een maandlast die past bij het inkomen. Zo kunnen starters – als ze dat willen – eerder een stap op de koopmarkt voor woningen zetten.

Wat schieten Vughtenaren hiermee op?
In het oorspronkelijke voorstel van het college moest je 10 jaar in Vught wonen, voordat je in aanmerking komt voor een starterslening. Samen met CDA en VVD heeft PvdA-GroenLinks dat eruit gehaald. Zulke extra drempels helpen niet bij de uitvoering van de regeling. Dit tegen de zin van SP en GB, die vinden dat alleen Vughtenaren gebruik mogen maken van de lening. Los van het feit dat 10 jaar wel erg lang is, is het in het voordeel van de vele Vughtenaren die een woning te koop hebben staan als deze gekocht wordt. Ongeacht of dat door een Vughtenaar, voormalige Vughtenaar of niet-Vughtenaar wordt gekocht.

De gemeente kan meer doen
De invloed van de gemeente is echter (gelukkig) niet slechts beperkt tot het instellen van startersleningen. De gemeente kan soms beïnvloeden met de grondprijs of met voorwaarden bij nieuwbouwprojecten. Zo stelde D66 voor om de grondprijs voor starters bij nieuwbouw te verlagen, mits er extra investeringen in duurzaamheid gedaan worden. Op zichzelf een prima idee. Maar toen eind vorig jaar werd gesproken over verschillende grondprijzen, gaf D66 niet thuis. Toen moest het juist perse een marktconforme prijs zijn, zodat de gemeente er de maximale opbrengst uit kon halen.

Goedkoop en middenduur bouwen
Zelf ben ik ervan overtuigd dat de ruimte van de gemeente vooral zit in het vaststellen in welk segment er nog gebouwd kan worden. En dan wordt Vught het beste geholpen met goedkope en middendure woningen. Dure villa’s staan er genoeg te koop in Vught. De extra villa’s voor De Koepel en Stadhouderspark helpen de beoogde doorstroming op de Vughtse woningmarkt maar beperkt. Het is kul om te denken dat alle inwoners kunnen doorgroeien in hun woonwensen tot villa’s van een miljoen of meer. Voor vele Vughtenaren ligt dat woonplafond veel lager. Voor die grotere groep moeten betaalbare woningen beschikbaar zijn. Evenals levensloopbestendige woningen voor de vele ouderen die Vught heeft.

Andere insteek woonbeleid
Bij de discussie over de startersleningen hadden coalitiepartijen GB, VVD en D66 hun mond vol over het stimuleren van de Vughtse woningmarkt. Maar dan zullen ze toch terug moeten komen op eerdere keuzes die ze zelf gemaakt hebben. Zoals het perse marktconforme grondprijzen hanteren of het inzetten op het bouwen van dure woningen om winst te maken in plaats van betaalbare woningen waar meer vraag naar is.

Laat een reactie achter

Jouw reactie